Zwetende mannen, grenspalen en likballen Hoe ik alle adviezen van mijn ouders in de wind sloeg en een geweldige dag had

“Je mag nooit in real life afspreken met mensen die je alleen van internet kent”. “Absoluut niet meegaan met vreemde mannen”. “Niet reageren als onbekende mensen je aanspreken als je ergens alleen bent”. Een -better let as net- verslag van hoe ik alle dringende adviezen van mijn ouders in de wind sloeg en een geweldige dag had.

Foto’s door Anton-Jan Thijssen, Aad Oosterhof, Jan Barkhof en e-bikende babyboomers

WAT VOORAFGING

In 2015 liep Anton-Jan Thijssen Nederland rond. Een jaar hardlopen langs de buitenrand van Nederland. De kustlijn, de eilanden, de grenzen met Duitsland en België. Meer dan 2500 kilometers in 63 etappes, prachtig vastgelegd op zijn blog De Rand van het Land en bezongen in zijn persoonlijke TedxHaarlem-talk. En, er komt een boek!

Eind 2015 -mijn eerste écht serieuze hardloopjaar- besloot ik om, als buiging naar het project dat ik met veel plezier had gevolgd, myn stadsie Leeuwarden rond te lopen. Net geen 30 kilometer op goede paden en wegen. Krek wat! Dus: op Derde Kerstdag 2015, een miezerige maar heerlijke dag om te hollen, liep ik De Stadsrand.

Exact een jaar later, op 27 december 2016, deed ik hetzelfde op een betere, nog ’randgetrouwere’ route. (Die route is trouwens een Strava-segment, dus kom het CR claimen dan). Anton-Jan en ik tweetten na afloop wat heen en weer, wisselden gpx-files uit, Anton-Jan trok Aad Oosterhof uit Peize (Dr.) de tweets in, en voor we het zelf in de gaten hadden was er een voornemen, een plan én een route.

Het voornemen? Met z’n drieën een loopje op een rand. Het plan? De rand van Fryslân en Drenthe, 54 kilometer van Allardsoog naar Eese. En: de route.

 

22 JULI 2017
“Moai, net? Hoe ’t je sa geandewei ûntdekke hoefolle oerienkomstichheden je eins mei mekoar ha?”, zegt Aad terwijl zijn glimlach langzaam overgaat in een grimas. Een stukje verderop lopen Jan Barkhof –verzuurd maar still truckin’– en Anton-Jan, nog altijd jaloersmakend soepel shuffle’nd én nog altijd vrolijk honderduit vertellend.

Anton-Jan, Aad en Jan startten eerder die dag om 08.00 uur in Allardsoog hun ultra over de grens. Het begin van een prachtige loop over het raakvlak van Fryslân en Drenthe, startend op het drie-provincieën-punt met Groningen en eindigend bij de grens met Overijssel bij Eese.

Jan, Aad en Anton-Jan (v.l.n.r.) om 08.00 uur aan de start van de rand-loop.

Tegen het einde, met de finish bijna in zicht heeft Aad het moeilijk. De laatste kilometers gingen al zwaar, maar nu beginnen zijn kuiten écht op te spelen. Hier en daar wandelt hij een stukje, veegt wat zweet van z’n voorhoofd, zet z’n cap weer, ennn doorrrr. Jan wandelt “liever niet, dan voel ik me juist slechter”. Wat wil je, na 51 kilometer in de warmte. Ieders paincave is uniek.

Aad en ik lopen samen, op kilometer 51 van de totale route, en op slechts kilometer 13 voor mij. Ik ben nog fris, maar wat wil je: ik loop nog maar net mee.

Toen zij al lang en breed onderweg waren, stapte ik om kwart over tien in Leeuwarden in de auto. Fiets achterop, koeltas vol verfrissingen in de kofferbak. Ongeschreven groepsloop-regel die ik mezelf had opgelegd: “candy-assen en voorbij de helft starten is aid-station regelen”. Mijn plan was om de auto bij de finish te parkeren, in de buurt van Eese. Vanaf daar zou ik naar Oude Willem fietsen, om daar de drie troopers op een halve-marathonsafstand van de meet te ontmoeten, hun drink- en voedselvoorraad aan te vullen en aan te haken voor het laatste stuk. Het liep anders.

Uitgaande van het voorgenomen tempo, hier en daar een eet-, drink- en plaspauze, had ik voor mezelf berekend dat dat een 3,75/4-uurs aankomst op het 35k punt in zou houden.

De praktijk wees echter uit dat de Drie de eerste 30k zo’n beetje elke kilometer op zo’n 10km/u zaten, en dat het eten/drinken al lopend prima ging. Toen ik dus nog maar kwalijk op de fiets zat waren zij al tussen Hoogersmilde en Oude Willem… Tot zover het plan om de efficientste route naar Oude Willem te fietsen, want dan zou ik ze mislopen in de bossen rond Appelscha.

Ik besloot om tegen de looproute in te fietsen, maar dat bleek nog niet mee te vallen. En toen ik bij het eerste de beste bosweggetje bij Boschoord verdwaalde, wist ik het zeker: ik ga de Barkley Marathons nooit finishen. Laat staan 1 loop rondmaken. Book 1 vinden? Nope.

Maar ff.
Josse: je hebt dus een half jaar tijd gehad om dit voor te bereiden?
Ben je tevreden over datgene wat je had bedacht en hoe je je plan hebt uitgevoerd?
Wat vind je er al met al zelf van?

Ja. Nee. Deal with it.

Dus, na heen en weer gefiets, binnensmonds gevloek en overwegingen om mezelf al fietsend wel/niet te wurgen, kwamen de locatiepointers die Anton-Jan via Whatsapp stuurde dusdanig dichtbij dat ik kwartier maakte aan Canada, een weggetje langs de randen van het Aekingerzand. In de verte zag ik het drietal al aankomen, dus dat kwam al met al precies goed uit. Hier kon ik mijn fiets ook redelijk makkelijk kwijt, dus een prima plek zo. Enige nadeel: op ‘slechts’ 15 km van de finish. Over candy-ass gesproken.
Ah well, just do it. Dus: ondanks dat ik deze drie mannen nog nooit eerder had ontmoet, ik ze alleen via het internet kende en er verder niemand bij me was, ging ik toch met ze mee.
Sorry Mem, but off we go!

brb even selfie met deze gasten die ik 2 minuten terug heb ontmoet

Al binnen de eerste kilometer was ik over op het Frysk in gesprek met Aad, wiens vader oorspronkelijk uit het dorp komt waar ik opgroeide en tot mijn 25e woonde: Eastermar. Van Doutzen ja. En Rens Kroes. Dam Jaarsma. Gerbrich van Dekken. Kon niet meer stuk dus! Na pakweg 2 kilometer langs keurig verzorgde grenspalen en over onverharde bospaden, renden we Zorgvlied binnen met net naast de grens de camping-pleisterplek de Twee Provinciën. Tijd voor het bijvullen van de softflasks met water (Spa citron erin maakt elk loopje bruisend), het toiletteren en een praatje met de uitbater en de terrasbewoners.

Bijtanken / afgieten

Toen we hadden uitgelegd wat we aan het doen waren -53 kilometer rennen-, werd er eigenlijk gelijk openlijk getwijfeld aan onze mentale gezondheid. “Ik vind 10 km wandelen al veel te ver”, aldus de paardenliefhebbende vrouw vanaf een kuipstoeltje. “Wat een stel idioten” was de niet-uitgesproken eindconclusie die ons vanaf het terras nazweefde toen we na het afrekenen van koffie en cola weer verder liepen. Ik vroeg Anton-Jan hoe vaak hem tijdens zijn Rand-jaar openlijk en uitgesproken geestesziekte werd aangewreven. “Elke etappe”, antwoordde hij. “Maar, ik zei meestal dat ík juist liep om níet gek te worden”.

Over gek gesproken: lopend langs de grens kwamen De Drie constant bordjes tegen met daarop “Appelscha”. Uiteindelijk werd er 53 kilometer rondom Appelscha gelopen zonder een daadwerkelijk kombord te passeren. De conclusie dat alle wegen die niet naar Rome leiden uitkomen in Appelscha, leek dan ook aannemelijk.

Opvallend in het Drents-Friese Wold: vele (paarden)weides waarin een soort schemerlamp-achtige installaties met een zwarte bal was neergezet. Geland. Ontstaan? Gegroeid? Waren het ufo’s? Weggewaaide onderdelen uit de Westerbork Synthese Radio Telescoop? Een skippybal-berging? Likballen voor paarden? Likballen: ja, dat moesten het wel zijn.
Likballen.
Ondertussen probeerden we alvast iets te bedenken op eventuele maandagochtend-vragen bij de koffieautomaat over wat wij het afgelopen weekend hadden gedaan. “Ja, ik ben met drie zwetende mannen, die ik alleen van het internet ken, langs allemaal palen en likballen gelopen” was wellicht iets te veel voor Ria van de administratie.

Jan en Aad met een dikke paal

Waar ik onderweg met Aad al snel over was in het Frysk, sprak ik met Anton-Jan de Brabander over taal, dialect, de trots op en het wel- en ook het niet-gebruiken van de woorden uit je geboortestreek.
In de aanloop naar deze loop had ik al een playlist van streektaalmuziek uit de drie Noordelijke provincies samengesteld, die slechts een klein deel van de diverse taalvarianten en dialecten uit het Noorden laat horen. Van Ede Staal tot Gurbe Douwstra en via Daniël Lohues en Harry Niehof eindigend met Marcel Smit.
(en natuurlijk om me meissie nog ff te pluggen).

De grens-streektaal-muziek-lokaal-product-finishbier-connectie

Marcel Smit? Ja, natuurlijk. Wie anders? Zijn liedje “De Kop Der Foar”as’t it kopke hingke litst, rint alles yn de mist, wy sette troch: de kop der foar – zou een prima mantra zijn voor de duursporter. Nog geschikter is echter het hobbyproject van hem en zijn vrienden: onder de naam Brouwerij de Freonskip maakten zij het heerlijk Wâldfryske blonde bier It Lulke Wiif. En aangezien één van de Randregels “finishen met een biertje, liefst lokaal gebrouwen” was, kon ik niet anders dan een koeltas in de kofferbak met een pear búkfleskes hearlike hopsmoothie út de Wâlden.

Tsjoch!

Bij een picknicktafeltje op een paar honderd meter voorbij de onzichtbare finish troffen we een stel e-bikende babyboomers, die ons wel even op de foto wilden zetten. Wederom een praatje, maar ze taaiden ‘m daarna vrij snel af. Vonden zij ons gevaarlijke Randdebielen of was het onze lucht na deze loop?
Anyway: de Lulke Wiven smaakten geweldig, de derde helft was geslaagd en de rit terug naar Allardsoog -via mijn fiets/Canada- gezellig.

In de herfst weer een stukkie doen?
De plannen zijn er al.


De socials
Aad Oosterhof   –   strava   |   twitter   |   instagram
Anton-Jan Thijssen   –   strava   |   twitter   |   instagram   |   website
Jan Barkhof   –   strava   |   twitter
Josse Postma   –   strava   |   twitter   |   instagram

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *